Zonder geslachtsdelen
Was ik van plan de karbonades van de slager te stelen
Ik graai eens in zijn met bloed besmeurde bakken
en heb al snel twee vuisten vlees te pakken
Tot mijn grote schrik
Zag ik in mijn handen, mijn ballen en mijn pik
*
‘Kut, alweer schaakmat…teef!!’
‘Rot op kleinkind, neuk je neef.’
Mijn oma houdt van schaken,
als ze verliest moet ze altijd braken.
Vies kotsen als een dolle hond,
Er liggen nu etensresten waar de Koning stond.
Daarom laat ik haar altijd winnen,
dan blijft haar ziekenhuisprakje tenminste binnen.
*
Hongerig slikte ze het hele zakje pillen
en begon als een bezeten heks te trillen.
Schuimbekkend op zomerkamp in een tent,
‘Hoezo maar eentje?’ op de verpakking staat: voedingssupplement.
*
Krentebollen bakken was zijn passie,
Nu is hij niet de acrobaat maar de clown, Bassie.
Shit wat een onherroepelijk slechte rijm,
Het enige wat ik nu kan bedenken is het groene woord Slijm.
*
De drie gore wormen doken het graf weer in,
Ze hadden geen honger, maar lekkere zin.
Kijk, daar lag een vers bejaardelijk,
Heerlijk, een grijs mens als diner,
dat vonden de vieze wormen wel ok.
*
Hij luistert en luistert, proeft volle zalen,
naar de klanken, de verhalen,
hij komt mensen tegen, beesten,
Hij luistert en danst, ziet de hele wereld feesten.
Kijkend naar de massa’s mensen met afgehakte oren,
Hij voelde eens goed aan zijn hoofd en ze waren waren weg,
‘Ben ik ook uitverkoren?’
en staarde voor de laatste keer naar zijn oren.
‘Ja, zoon,’ sprak zijn Vader in gebarentaal,
‘Mensen kunnen niet luisteren, hun luistervermogen moet kaal.
*
‘Jongen, je hebt een sigarettenfabriek in je longen.’
‘Pak nog maar een takje uit je nicotinepakje.’
‘Het schaadt de gezondheid volgens het antirokersbeleid.’
Vader was altijd aan het zeiken over volgens hem, slechte dingen
Nu heb ik hem begraven en ik blaas relaxed weer kringen
*
Mijn huid is zwart van het vuur,
de aansteker deed het nog anderhalf uur.
Met mijn blanke vlees was ik nu dood. blabla rood.